Schrijverscorner 35

De presentatie van het Bløfboek, april dit jaar in Amsterdam, klonk als een klok. Het was zo druk in Paradiso, dat de scène op de foto hiernaast me is ontgaan. Ernst Jan stuurde de afbeelding mee met zijn bijdrage voor de Schrijverscorner. Leuk, zo heb ik toch de foto (van Ronald den Dekker) nog. Voor wie het even heeft gemist: mijn collega-journalist en auteur van het Bløfboek Ernst Jan Rozendaal staat op de foto in het middelpunt, en voor de kijker links zien we zijn vrouw Suzan. Ernst Jan blikt in deze 35ste Schrijverscorner terug op zijn klik met Bløf.

Ernst Jan Rozendaal:

Ik heb vandaag, meer dan twee maanden nadat mijn boek is uitgekomen, een ondertekend contract opgestuurd naar mijn uitgeverij. Dat kan geen toeval zijn. Ik denk namelijk dat zo’n beetje alles rond mijn boek anders is gelopen dan het bij de meeste schrijvers gaat.

Mijn boek heet Hier 20 jaar Bløf. Het is een biografie van de succesvolste Zeeuwse popgroep tot dusver. Ik weet niet of ik een fan ben. Journalisten kunnen het zich niet veroorloven fan te zijn. Ze moeten afstand bewaren tot hun onderwerp. Ze moeten objectief kunnen zijn en, indien nodig, kritisch. Fans zijn dat vaak niet.

Maar een liefhebber ben ik zeker. Ik maakte in december 1994 kennis met Bløf. Mijn collega Frank Balkenende had al eens een verhaal over ze geschreven. Ze golden als een belofte. Hun eerste album namen ze op in een leegstaand bedrijfspand in Zierikzee.  Dat hadden ze, zo goed en zo kwaad als het ging, omgetoverd tot een studio. In een week moesten alle nummers op de plaat staan.

Drummer Henk Tjoonk belde me met de vraag of dat niet een mooi verhaal zou zijn voor de PZC. Dat leek me wel. Op dat moment begon een relatie die tot op de dag van vandaag voortduurt. Ik maakte een reportage over de opnamen van Naakt onder de hemel en ik besprak het album een paar maanden later voor de PZC. Gematigd positief. Bløf speelde nog leentjebuur bij De Dijk en The Scene, maar uit een aantal nummers bleek overduidelijk dat de groep talent had. Dat vond ook het provinciebestuur, dat de band een jaar later beloonde met de Aanmoedigingsprijs voor Jong Zeeuws Talent. Ter gelegenheid daarvan maakte ik een paginagroot interview. Het was een verhaal zoals ik nooit eerder over een popgroep had gemaakt. Henk Tjoonk, Paskal Jakobsen, Bas Kennis en Peter Slager bleken buitengewoon goed te kunnen praten over wat hen bezighield. En misschien wist ik wel de juiste vragen te stellen. Het klikte.

Bløf werd bekender en bekender. Als kunstverslaggever van de PZC stond ik er met mijn neus bovenop. Samen met fotograaf Lex de Meester maakte ik na hun landelijke doorbraak – inmiddels met drummer Chris Götte – het boek Rijden door de nacht. Ik ben er nog steeds trots op, maar ontdekte ook wat er anders moest. De Drukkerij, die ik nog steeds dankbaar ben voor de uitgave, wist het boek landelijk niet echt te distribueren. En ik moest het tussen de bedrijven door schrijven. ’s Nachts met de band mee, vakantiedagen opnemen om de hoofdstukken uit te werken. Als ik ooit nog eens zoiets doe, wil ik een landelijke uitgever, bedacht ik, en genoeg tijd om te schrijven. Geen moment kwam in me op dat Bløf opnieuw het onderwerp zou kunnen zijn.

Maar het succes duurde voort. Drummer Chris Götte verongelukte. De band kwam terug met een nieuwe drummer, Norman Bonink, en een prachtige cd – Blauwe ruis - waarop het gemis en het verdriet indrukwekkend zijn vormgegeven. Nederland werd te klein. Over de hele wereld ging Bløf samenspelen met plaatselijke muzikanten, sommigen bekend, anderen niet, en dat resulteerde in Umoja, een uniek album. Die vier jongens van dat talentvolle Nederlandstalige bandje om de hoek bereisden nu de wereld en verkochten honderdduizenden platen.

Rijden door de nacht was nog maar het begin van het verhaal, realiseerde ik me. Ik ben een liefhebber van popbiografieën. In Engeland en Amerika is dat een genre, in Nederland eigenlijk niet. Ze zijn hier op de vingers van twee handen te tellen. Zou ik niet een serieuze popbiografie moeten schrijven over een van de succesvolste bands van Nederland?

(foto Stefan Schipper)

Ik opperde het idee bij Peter Slager. Als iemand het kon, was ik het, vond hij. Misschien was het twintigjarig bestaan wel een mooie aanleiding? Een boek schrijven is één, het uitgegeven krijgen is twee. Hier wijkt mijn verhaal denk ik af van dat van de meeste schrijvers. Het was Bløf die me aan een uitgever hielp. We hadden twee ijzers in het vuur: Nijgh & Van Ditmar, erkend uitgever van popboeken, en Carrera, waar onder meer de popencyclopedie van Oor verschijnt. Nijgh toonde weinig interesse, Carrera was razendenthousiast. Voorwaarde één vervuld: een landelijke uitgever. Nu nog tijd om het te schrijven. Ik wist een subsidie los te peuteren bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Het laatste wat ik wilde was dat ik op de loonlijst van Bløf kwam te staan. De groep schreef het Fonds zelfs een briefje dat ik volledige vrijheid kreeg en dat het beslist geen hagiografie zou worden. Nog altijd journalist hè. Liefhebber oké, vriend zelfs, maar geen fan.

In april is het boek verschenen. Ik had niet alleen een uitgeverij achter me die het onder de aandacht wilde brengen, maar ook een succesvolle popgroep en een grote platenmaatschappij. Dat betekende dat de promotie zelfs iets vaker door Bløf werd gedaan dan door mij, maar wat geeft dat? Aan tafel bij Pauw en Witteman, een uur radio bij Giel Beelen, twee pagina’s in Het Parool, een week lang elke dag bij Edwin Evers op de radio. Ik dank ze hartelijk. Binnen twee dagen moest er een tweede druk komen en inmiddels is er ook een derde. Ineens ging ik kijken hoe hoog ik stond in de Libris Top 10 en de bestsellerlijst van het CPNB. (Niet zo hoog, trouwens).

Wat ik erg mooi vind is dat bij het boek een app is gemaakt, die bepaalde passages hoor- en of zichtbaar maakt. Schrijf ik over het nooit uitgebrachte nummer waarmee Bløf wilde meedoen aan het nationale songfestival? Richt je iPhone op het boek en je hoort het liedje. Op aandringen van Bløf heeft Carrera ook een versie als iBook uitgegeven. Het boek is te downloaden als app voor de iPad en de muziek- en videofragmenten zijn daarin direct aanklikbaar. Zonder Bløf waren die multimediale extra’s niet mogelijk geweest.

(foto: signeersessie in de Drvkkery in Middelburg)

Afgelopen week ontving ik een mail van Apple. Gewoon reclame. Een folder met de aanbevolen boeken voor deze zomer. En daar stond mijn boek, tussen VSV van Leon de Winter en Life van Keith Richards. Meteen schoot me iets te binnen. Ik moet dat contract met Carrera eens ondertekenen en terugsturen.

Tijdens het schrijven van Hier 20 jaar Bløf heb ik een blog bijgehouden. Het is te vinden via www.pzc.nl/blof of www.blofblog.nl.

Dit bericht is geplaatst in Schrijverscorner en getagd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>