Johan de Koning is één van de architecten in het Zeeuwse, die met enige regelmaat van zich doet spreken. Met zijn ontwerpen en gebouwen. Maar ook met artikelen, lezingen, boeken. De Koning staat voor zijn vak, en draagt dat uit. In zijn brijdrage voor de 32ste Schrijverscorner klinkt hij in eerste instantie negatief over Zeeland en Nederland. Maar aan het slot gloort hoop.
Biografie: Johan de Koning (Middelburg 1962) is architect, woont en werkt in Middelburg. Naast het ontwerpen van gebouwen, publiceert hij over architectuur, adviseert en doceert hij aan verschillende onderwijsinstellingen in binnen- en buitenland. Op dit moment is bij Omroep Zeeland nog de serie OverNieuw te volgen, een tiendelig programma over jonge gebouwen in de provincie. Als vervolg hierop organiseert hij deze weken met de PZC de top 50 van beste projecten in Zeeland.
*********************************
Verhuizen
Anderhalf jaar geleden bestond mijn bureau, het Laboratorium voor Architektuur (zie logo) twintig jaar. Daar sta je niet zo bij stil, dat je al zo lang probeert iets van de grond te krijgen in Zeeland. Waarom eigenlijk in Zeeland? Die vraag is zo evident dat je hem vaak niet eens meer stelt. Welke eer valt hier te behalen? In Kaapstad, bijna 10.000 km hier vandaan en de stad waar ik van houd en waar ik me ongegeneerd thuis voel, komt mijn verhaal misschien wel veel beter tot zijn recht. Niet alleen vanwege de omvang van de stad, ruim 12 x zoveel inwoners als heel onze provincie, maar ook door de grote verscheidenheid in culturen en de rijkdom aan activiteiten. Maar bovenal is die stad mij lief vanwege de ongekende dynamiek en niet aflatende passie van de inwoners om van die welgelegen kom onderaan die grootse berg een aangename woon- en werkplek te maken. Beter in ieder geval dan het voorheen was. Daar is toekomst. Geloof in vooruitgang. Vertrouwen in verbetering. Ook al is die niet meteen zichtbaar in het straatbeeld of voor iedereen op korte termijn bereikbaar. Er wordt naar gestreefd, is er ruimte voor experimenten en dromen. Al die zaken die wij hier missen. Wij in Zeeland of in Nederland als geheel vertrouwen nergens meer op. Geloven nergens meer in. Integendeel, wij geloven het wel. Dromen? Zijn we te nuchter voor. Zal onze tijd wel duren. Problemen? Moeten anderen maar oplossen. Wanneer je zoals ik blijft vasthouden aan het begeesterend fundament van de architectuur en het verbeeldend elan van het vak laat prevaleren boven een berustende en comfortabele houding, dan is er hier in de mediene weinig meer om je vast te houden. Mijn leraar Maarten Struijs liet nooit na me voor te houden dat het belangrijker is om vijf gebouwen in je leven te realiseren die een oprechte weerslag zijn van je diepste intenties, dan honderd die alleen in commerciële zin de moeite waard bleken. In deze tijd, op deze plek lijkt dat lastiger dan ooit te worden. Verhuizen dan maar?
Misschien toch niet meteen. Alain de Botton, een van mijn favoriete filosofen, schrijft dat hij een grote waardering koestert voor plekken en omstandigheden die zo gewoon zijn dat je geneigd bent ze over het hoofd te zien. Dat het lijkt alsof er niks kan gebeuren, omdat er totaal geen aanleiding is om iets mee te doen. Niks komt tot bloei. Nergens groeit iets uit tot onverwachte hoogte. Alles is al geregeld, of is al eens eerder op niks uitgelopen. Keurig is het en niets op aan te merken. En dat dan precies daar, in die dorre alledaagsheid iets wonderlijks tot stand komt. Iets opmerkelijks ontdekt of ontwikkeld wordt. Juist die inhoudelijke leegte nodigt uit tot nadere studie. Tot een nieuwe manier van kijken. Visie ontwikkelen dus. Gezonden hebben geen dokter nodig. Maar onder zieken, ontnuchterden, en moe gestreden realisten kan de visionaire boodschap wellicht nog verschil maken. Dus ja, wel degelijk hier. In die vreemde, natte uithoek van het land. Omringd door stedelijke agglomeraties aan alle kanten en door water gescheiden van de centra van culturele diversiteit, liggen hier natuurlijk de mooiste kansen. Gewoonte getrouw niet voor het oprapen. In Zeeuwse klei moet gespit worden.
In al die tijd dat mijn bureau functioneert, verdiep ik me ook in de lokale architectuurgeschiedenis. Zoals die van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In Zeeland was en is dat een opvallend fenomeen. Veel meer dan op andere locaties waar oorlogsgeweld gerepareerd moest worden. Tijdens die wederopbouw kwamen de beste kwaliteiten boven. De grootste architectenbureaus van nu vestigden hun reputatie op toen uitgevoerde projecten. Zo schreef ik in de reeks Zeeuwse katernen over Arend Rothuizen, over Piet Götzen en over Levien de Bruijne en in artikelen ging het over de familie Jobse, of over Floor Wibaut en Ernest Groosman. Pas tien jaar na het boekje over Piet Götzen bleek mij dat hij familiaire relaties heeft in Kaapstad en Pretoria. Een onverwacht gelukkige connectie met het land van mijn mijmerend verlangen.
Al dat geschrijf levert niet alleen kennis op over lokale condities en historische gebeurtenissen, maar geeft je ook inzicht in wat die mensen bewoog, hoe ze hun kwaliteiten als ontwerper benutten en ontwikkelden en op welke manier ze omgingen met de specifieke omstandigheden in en van dit gebied. Daar word je weer nieuwsgierig van. Het helpt ook je eigen keuzes en intenties te verwoorden. Langzaam aan ga je een specifieke, persoonlijke kijk krijgen op die plek en zijn karakter.
Omdat ik van mening ben dat architectuur een van de kunsten is en dus een kunstzinnige benadering en methodiek kent, moedig ik studenten aan kennis te nemen van de transformatieprocessen van beeldend kunstenaars, van dichters, van cineasten en musici. Zij allen zien zich gesteld voor het probleem om een idee, dat zich in je hoofd vormt, op ambachtelijke wijze om te zetten in een product dat communiceert met publiek. In het geval van de architectuur is dat veelal in stabiele, bewoonbare constructuren en weerbarstige materialen. Architecture is on the treshold, zei Louis Kahn, where mind and matter meet. Nooit helemaal in de realiteit van alledag, maar ook nooit helemaal meer in de wereld van de droom, de fantasie. Net als andere kunstenaars balanceren architecten op de rand, die drempel tussen twee domeinen. Om staande te blijven moet je van goeden huize komen. Weten wat je wilt en wat je wil bereiken. Karakter tonen. Affiniteit en aandacht voor het proces van andere, verwante disciplines kan daarbij alleen maar helpen. Op dit moment verdiep ik me in het werk van Jan Goossen. Beeld-bouwer geboren in Venezula uit Zeeuwse ouders. Architectuur gestudeerd in San Fransisco. In Nederland bekend geworden met grote ‘spatiale’ constructies. Overleden in Vrouwenpolder, zonder een van zijn sculpturen aan de kust – zijn droomland – gerealiseerd te hebben. Een prachtig voorbeeld van een karakteristieke werkwijze en een persoonlijke drang tot herscheppen van plekken, die al zijn en mijn vakbroeders zou mogen aanzetten tot dankbare contemplatie en bescheiden navolging. Van de zomer zal een selectie van zijn werk te zien zijn in de kerk van Sint Anna ter Muiden. Nu al is er een klein voorproefje te zien op mijn kantoor aan de Lange Noordstraat 46 te Middelburg.
Historici als Auke van der Woud, die ik bewonder om zijn nooit aflatende enthousiasme om boeken te schrijven over de negentiende eeuw, hameren op karakterontwikkeling. Aan de hand van die lelijke periode met zo’n kwalijke reputatie dat niemand erover wil publiceren, toont hij een heel ander beeld van steden, dorpen, techniek, communicatie en ruimtelijke ordening dan het gladde en overgereguleerde beeld waaraan we gewend zijn. Dat andere beeld kon alleen gerealiseerd worden door krachtige persoonlijkheden, die zich weinig gelegen lieten liggen aan heersende mores of burgerlijk ongenoegen. Ook erflater Johan Huizinga, die ons vaderland vanaf het landgoed Toorenvliedt voorzag van een gereviseerd geschiedenisbeeld, laat zien dat veel belangwekkende initiatieven afhangen van doortastende particulieren. Van mensen met lef. Die gebruik makend van hun karakter en de omstandigheden een droom realiseerden. Huizinga gebruikte ik laatst, in een essay voor het project Dijk van een Delta, als imaginair protagonist van een totaal vernieuwd Zeeland. Samen met vormgever Martien Luteijn werd een uitdagend plan opgesteld voor recreatieondernemers om onze provincie te zien als een eilandenrijk, met brede, ondiepe randen waar typische lokale gewassen worden geteeld, waar weer opnieuw geleefd wordt met het water, dat met behulp van allerlei moderne vaartuigen, van jetski’s tot hovercrafts, voor iedereen toegankelijk wordt. Waar innovatieve kenniscentra voor beta-wetenschappers zich vestigen in de groene achtertuin van hun stedelijke alma maters en waar in de landschappelijke luwte van de exploderende stedenbanden gewerkt kan worden aan innovatieve manieren van energiewinning. Een plek waar ontspanning niet gelijk staat met opoffering van natuurwaarden, maar waar cultuur en natuurschoon samen een waardevolle bijdrage leveren aan een gezonde en duurzame samenleving. Waar de emotie traag is en het leven, zoals in een oude reclameslogan, goed. Dat is het Zeeland waarvoor ik kansen zie. Daar wil ik wel blijven!


ha johan,
prachtig en inspirerend gedachtengoed
wg
h
Hallo Johan, dank je wel voor je mooie woorden. Jan Goossen had graag een beeld in ‘zijn’ Zeeland geplaatst. Maar misschien blijft er iets anders van hem hier achter? Zoals jij het in bovenstaand artikel beschrijft? Durf en dromen. Het werk van Jan kan inspiratie zijn voor weer anderen om te durven dromen. Twee tentoonstellingen waarvan een bij jou in de Lange Noordstraat 46 in Middelburg. Je hebt onlangs een prachtig artikel in het kunsttijdschrift Decreet over Jan geschreven en dat is nu ook op de website van Jan te lezen (www.jangoossen.com/text/Verre afkomst geen bezwaar).
Pingback: Jan Goossen | Autonome Spatiale Constructies
..waar kan ik tekenen Johan?