Schrijverscorner 30

Jan J.B. Kuipers (Zaamslag 1953) heeft als ‘veelschrijver’ al enkele keren van zich doen spreken op dit weblog. Als historicus, als fantasyschrijver, als romancier, als dichter. Nu maakt hij in de 30ste Schrijverscorner van de gelegenheid gebruik om ons via een fragment uit zijn Brommers, gitaren en spandoeken (2005) over zijn wilde jonge jaren te vertellen. De tijd van een ‘onbesuisde omwenteling’.

BIOGRAFIE:
Jan J.B. Kuipers publiceerde het afgelopen jaar drie boeken: meest recentelijk de thriller De Put (Liverse), een collectie fantastische verhalen Hubake’s Huis (Verschijnsel) en het historische publieksboek Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden (Walburg Pers). Drie verschillende genres, drie uitgevers. Paul van der Velden (Zeeuws Tijdschrift) noemde Kuipers dan ook ooit een ‘multi-genreauteur’,  welke aanduiding de schrijver sindsdien dankbaar in zijn publiciteit gebruikt.
In totaal publiceerde Kuipers meer dan vijftig boeken en honderden bijdragen op het gebied van geschiedenis, archeologie, letteren, SF, thrillers en jeugdliteratuur. In 2005/2006 was hij stadsdichter van Middelburg. Hij won verschillende prijzen:  de King Kong Award in 1983 [met Gert P. Kuipers] en in 1987, de Millennium Award in 1997, de Zeeuwse Boekenprijs in 2005 en de Gorcumse Literatuurprijs 2004-2005.
Verder was Jan Kuipers onder meer actief als redacteur bij regionaal-historische uitgeverij De Koperen Tuin, rubrieksauteur en redactioneel medewerker van de Encyclopedie van Zeeland, freelance journalist en tekstschrijver. Voorts is hij recensent, columnist, redac­teur van Nehalen­nia, Ballu­strada, Zeeuws Erfgoed en medewerker van het Zeeuws Tijdschrift en Archeologie Magazine. Jan J.B. Kuipers werkte ook als auteur voor onderwijsmethoden, o.a. Leeslijn (Meulenhoff Educatief), Bronnen (EPN/Wolters Noordhoff) en Speurtocht (ThiemeMeulenhoff) en leverde veel bijdragen aan reeksen als Ganymedes en Vlaamse Filmpjes.  Hij is als deeltijder ook verbonden aan de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, werkveld archeologie.

**************************

Hieronder een fragment uit Brommers, gitaren enz., omdat de non-fictie toch een van de belangrijkste genres is die ik beoefen. De laatste zinnen vatten eigenlijk de hele onbesuisde omwenteling van de beschreven periode samen, maar dan in het leven van 1 individu. Mijzelf.

Het doorbraakmoment van Phil May

1963 was het jaar, waarin de danstent La Cave aan de Nieuwendijk (geopend in 1961) begon met een op de jeugd toegesneden muziekprogrammering. Eigenaar André Prins haalde tal van, meestal kersverse lokale bandjes zoals The Flying Arrows (later Flarth), The Skylights and The Skybolts binnen. Ook in Zeeland gewaagden de bandnamen aanvankelijk van de clichématige associatie met snelheid en hypermoderne technologie die de gitaargroepjes aankleefde. Er werd in Vlissingen en omgeving gevlogen en gebliksemd dat het een aard had. De twist was op zijn beurt ineens ouderwets, de ‘shake’ werd de norm! En het voortouw ging van de Verenigde Staten naar Groot-Brittannië. In Engeland, en later natuurlijk ook in Nederland, kwamen er, vooral onder invloed van de zwarte rhythm and blues – toch weer uit de VS – nieuwe muziekgroepen naar voren zoals The Rolling Stones, Animals, The Move, Yardbirds en éérst en vooral The Beatles. Vooral The Rolling Stones zagen er ruig en ongedisciplineerd uit, maar de kroon wat dit betreft spanden toch de eveneens uit Londen afkomstige Pretty Things. Onmiddellijk legendarisch na hun eerste hits in 1964 waren hun voor die tijd extreem lange haar, drankgebruik en bandeloze podiumgedrag, de vechtpartijen van het publiek en het aantal optredens dat voortijdig wegens totale chaos afgebroken diende te worden. Deze periode werd bekend als de ‘British Invasion’. In Nederland begon die invasie om precies te zijn op 5 juni 1964, toen de Beatles op Schiphol uit het vliegtuig stapten. Het gegil van duizenden fans hield niet meer op; het op de televisie uitgezonden optreden in Blokker was een evenement van de eerste rang. Maar The Beatles, ondanks gillende meiden tóch vertegenwoordigers van de ietwat beschaafdere Merseybeat, droegen tenminste nog allemaal dezelfde nette pakjes. De werkelijke beatexplosies volgden met het Stones-optreden in het Scheveningse Kurhaus (8 augustus 1964) en het legendarische Pretty Things-concert in Blokker, 1965. Het Scheveningse Stonesoptreden werd al na twee nummers door de politie afgebroken toen het woeste publiek allerlei projectielen naar het podium begon te gooien. Pretty Things-frontman Phil May, in een interview in 1999: ‘Het Blokkerfestival was onze eerste buitenlandse trip, geloof ik. Bij de Beatles, een jaar eerder, waren er wat rellen geweest. Toen wij er waren, was het een totale puinhoop. Veldslagen met de politie. De televisie-uitzending van de tweede helft werd afgebroken, omdat de kerk klaagde dat we immoreel waren. Viv (de drummer) ging druipend van whiskey naar de camera en likte de lens. Dat bleef hangen in de psyche van Europa.’ Maar wat was de zin van deze puinhopen? ‘Het was één van die doorbraakmomenten,’ vond Phil May. ‘Het was net als die barricaden van Parijs. De Hollandse jeugd zei: we laten ons niet meer controleren. Dit is onze muziek. Toen we terugkwamen uit Blokker en ‘s avonds laat in Amsterdam arriveerden, kwamen mensen naar de auto om ons de hand te schudden.’ De uitzending van het Blokkerconcert zag ik, de auteur, als twaalfjarige óók in onze Middelburgse huiskamer. Ik vond het maar niks, Phil May kruipend over het podium, het ongekend lange haar, de scheur die zichtbaar zijn broek vernielde. Een tijdje later was ik lid van de Dutch Pretty Things Fanclub.

Bron: Jan J.B. Kuipers, Brommers, gitaren en spandoeken (Zaltbommel 2005).

Over Jan van Damme

Jan van Damme, geboren in Oostburg, 1956. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen: 1975-1983. Tijdens mijn studie werkte ik part-time op het Zeeuws Documentatie Centrum van de Provinciale Bibliotheek in Middelburg. In 1980 begon ik als freelancer voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) te werken in Zeeuws-Vlaanderen. Sinds 1984 ben ik in vaste dienst van de PZC. Eerst als regioverslaggever, vanaf 1986 als algemeen verslaggever met speciale aandacht voor provinciepolitiek, onderwijs, cultuur en historie. Na 1990 heb ik eindredactie- en coördinatiewerk gedaan, en ben ik chef van de afdeling bijlagen geweest (1994-2005). De laatste jaren combineer ik algemene verslaggeving met coördinatie van bijlagen. Voor de PZC heb ik de afgelopen 25 jaar vele auteurs geïnterviewd en boeken besproken.
Dit bericht is geplaatst in Proza, Schrijverscorner. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>