Even was ik op het verkeerde been gezet. ‘Herinneringen van een kleine jongen aan Walcheren’, staat er in het persbericht. Dus dacht ik dat de bundel Schrijvelarij – flitsverhalen en gedichten van SAS (pseudoniem van Peter Joziasse) met Zeeuwse inkt was geschreven. Dat valt bij lezing nogal tegen. Eén jeugdverhaaltje kan op Walcheren worden gesitueerd. En een dronken liefdesnacht heeft bij het nuchter ontwaken Middelburg als decor. De andere verhalen zijn beslist lezenswaardig, maar niet Zeeuws. Toch signaleer ik het boek. Ik schreef het al eens eerder: eens een Zeeuw, altijd een Zeeuw, tenminste, als het zo uitkomt.
Om die geboren Zeeuw kort te karakteriseren, gebruik ik drie teksten. De eerste mailde Peter Joziasse me: ,,Zestig jaar geleden werd ik in het ziekenhuis van Middelburg geboren. Mijn ouders woonden toen nog in bij mijn grootouders in Serooskerke waar ik de eerste jaren van mijn jeugd op hun fruitkwekerij heb doorgebracht. Uit die periode stamt het verhaal ‘Eieren’. Later in mijn leven, voor ik naar zee trok, heb ik nog even in Middelburg gewoond. Een maal terug aan de wal woonde ik zes jaren in Serooskerke.”
De tweede komt uit het persbericht: ,,SAS (pseudoniem voor Peter Joziasse) ontdekte zijn wil om te schrijven tijdens zijn zeemansleven. Eenmaal aan wal werkte hij in de bouw en later bij de spoorwegen, aanvankelijk als conducteur. Na scholing via avondopleidingen is hij terechtgekomen bij een bedrijfsbureau bij Prorail, waar hij nu nog werkt.” Bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven volgde hij een schrijfcursus. Schrijvelarij is zijn debuut.
De derde tekst, die ik veelzeggend vind als het over de schrijver gaat, staat in zijn boek. Onder het kopje ‘Leven in de luwte’: ,,In de ochtend van mijn leven, zeevarend, heb ik verre horizonten opgezocht. Québec, Valparaíso, Hongkong. In de namiddag nu, reis ik via Eindhoven en Beukenlaan naar Best en Boxtel. Mijn kledingmaat zeven van boven en vier beneden, hebben vamn plaats gewisseld. Het wilde piratenhaar, waar eens de scheepsbarbier een schier onwinbare strijd mee voerde, is teruggebracht tot proporties waar drie minuten met een Blokkertondeuse-op-standje-één volstaan. Mijn ‘elke dag van de week en twee keer op een zondag’ is afgezwakt tot ‘niet elke week natuurlijk’.” Enzovoorts. Met aan het slot een wending naar trots, trots zijn op kleinkinderen, kinderen en vrouw. ,,Ik ben een kabouter van de wereldzeeën in de luwte van het leven.”
Joziasse balanceert voor mij op het randje van ‘net te’. Op het vulgaire af, soms. Dat houdt zijn ultra-korte verhalen van zelden meer dan één pagina – vaak observaties eigenlijk – wel onderhoudend. Met redelijk wat rechttoe rechtaan mannetjesgedrag komt hij zichzelf tegen als een late vijftiger, die bij een duik in het zwembad zijn lens verliest en daardoor al het mooie bloot niet meer ziet. Kan gebeuren, als je lenzendrager bent.
De schrijver heeft in elk geval oog voor detail, en weet dat ook via zijn pen over te brengen. Zo krijgt de lezer een waaier aan korte vertellingen. Ik geef een voorbeeld, een deel van het verhaal ‘Observeren’: ,,Smits Koffiehuis in Amsterdam. Het is de dag na gisteren toen het lente werd. Het druilt. De twee mensen tegenover me kijken slim en zijn met gewichtige zaken bezig. Hij is geblocnoted en spreekt gesticulerend. Zij, ook gemobield, geschrijfblokt en gedigitale-agendaad, luistert aandachtig. Een half leesbrilletje ligt omgekeerd voor haar op tafel. Het is een aangenaam gesprek, want ze glimlachen tussen de woorden door naar elkaar. Beiden zijn modieus gekleed, hij strak gearmanied en zij stijlvol geclaudiasträterd. Giorgio heeft een zwartgrijs tweedelig pak van Italiaanse snit. Zij een rood colbertje, zwarte broek en een geslangenprint regenjasje. Het is een gesprek tussen haar ervaring en zijn kennis. Zij is rank gesonjabakkerd. Hij is mooi en breed gesport- en gemanagerschoold. Kortgerokt en langgebeend komt de serveerster serveren, koffie voor hem, thee voor haar. Spannend loopt de geparelwitteglimlachte serveerster naar andere wachtenden.”
Nogal ruim voorzien van tot werk- en bijvoeglijke naamwoorden omgevormde namen en zelfstandige naamwoorden. Maar het past lekker in mijn observatie dat Joziasse kan observeren.
Uit het verhaal ‘Eieren’, over het bedrijf van zijn grootouders: ,,Tegenover ons woonde Nellie, met wie ik soms speelde. Haar vader had een boerderij en vier grote paarden die grijsdonker in de stal stonden. Hun onderbenen en hoeven waren begroeid met zwart haar en de geknotte staarten wiebelden koddig maar vruchteloos in pogingen vliegen te verjagen. Rechts van ons bedrijf was de boerderij van boer Traas waarover mijn grootvader vertelde dat er in de oorlog brandbommen door het dak vielen en in het bed waren beland.”
SAS (Peter Joziasse): Schrijvelarij, flitsverhalen en gedichten – Free Musketeers, 15,95 euro.
Dit is Joziasse op zijn best. Heeft de gave om niet veel woorden op te schrijven maar daarmee wel een heel verhaal vertellen. Ik kan Peter als een vriend, soms een tikkeltje over de top, daarna zo scherp als een mes.
Al met al een heerlijke schrijver en persoon.