Een handvol hoop

Herinneren, en het vastleggen van herinneringen. Hoe zinvol kan dat niet zijn? Dat is in elk geval bij mij de overheersende gedachte na het lezen van Een handvol hoop van George Kempees. Een bundeltje met vier nogal uiteenlopende verhalen, twee gedichten en een aantal haiku’s. Wel met een overkoepelend thema: Indië, als ik Indonesië nog even zo mag noemen. George Kempees, geboren in Djakarta, kwam in de roerige jaren van de onafhankelijkheidsstrijd als 10-jarige naar Nederland. Zijn vader een militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, zijn moeder een Boeginese afkomstig van Celebes. In de bundel geeft hij hen achtergrond.

Nu is er in de loop van de tijd best veel geschreven over de koloniale tijden en de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. In maart signaleerde ik op dit weblog al het boek van Sylvia Pessireron - De verzwegen soldaat, over haar vader in het KNIL. Daarin vervatte ze ook haar frustratie en onbegrip over het uitblijven van ‘echte’ erkenning voor die oud-strijders. Dat is meteen een groot verschil met het boekje van George Kempees. Hij heeft persoonlijke herinneringen in verhalen vervat, maar laat niks blijken van miskenning. Heimwee en nostalgie, en toch ook laten zien dat die ‘andere’, Indische wereld na zestig jaar Nederland nog steeds in zijn bloed zit, dat zijn de elementen die ik uit zijn tekst haal.

Het eerste verhaal heet ‘Mijn Boeginese moeder’. Als hij het bericht krijgt dat ze op sterven ligt herinnert George zich hoe ze hem over haar leven in Nederlands-Indië vertelde. Hoe ze zijn vader ontmoette, hoe zijn vader haar voor het eerst ongesluierd zag, over de opstandige neef Doelah die over geheimzinnige krachten beschikte, over het vrouwtje van de krokodillen dat vampiers kon verdrijven, over de aanslag op zijn vader. De schrijver blijkt over een aangenaam nieuwsgierige natuur te bezitten, en heeft van jongsafaan zijn moeder aan het vertellen weten te krijgen door gericht te vragen. Zo heeft hij een mooi arsenaal aan verhalen verzameld, dat hij nu met zijn lezers kan delen.

‘De man op het dorpsplein’ is een ontmoeting met een bejaarde man, die aan de laatste politionele actie - eind 1948-begin 1949 – had deelgenomen. De oud-militair heeft een uitgesproken mening over die periode (pag. 50): ,,Een tijd om snel te vergeten’, sprak hij rustig, ‘maar van het land kom je nooit meer los. Je merkt dat je gedachten er ongemerkt steeds weer naar terugkeren. Een soort halte in je leven, waar je bus steeds weer stopt’.” Zijn ontluikende liefde voor de 17-jarige Soedanese Tina zal daar alles mee te maken hebben. Die liefde werd helaas gesmoord in de opstand. Eén vergelijking wil ik nog even noemen. De ontmoeting met de man vindt plaats in een dorpje. De schrijver constateert dat we ‘deze prachtige dorpen’ niet verdienen. ,,Het lijken wel spaties in haastige zinnen, bedenk ik soms. We hebben ze eenmaal, maar eigenlijk hebben we er geen tijd voor.” (pag. 48). De spatie vind ik echt aardig bedacht.

De derde vertelling ‘Berendino’ is in feite weer een ontmoeting, nu in een café, met de bejaarde man Berendino die Indisch of Moluks kan zijn. Veertig jaar KNIL en zeven jaar Koninklijke Landmacht, daarmee is zijn staat van dienst bondig samengevat. Over het KNIL (pag. 80-81): ,,We speelden de bezetter over mensen, met wie we ons in ons hart verbonden voelden.” Ook hier is een grote, wel gelukkige liefde in het spel. Lisa – ,,een zuivere, zeldzame roos meneer.” Zij gaat met hem mee naar Nederland en ze delen veertig jaar lief en leed.

Het laatste verhaal ‘Sainan De Kreupele’ is een jeugdherinnering aan een zwerver in Djakarta, die veel meer blijkt te zijn dan een zwerver. De man beschikt over magische krachten, waarmee hij onheil voor het gezin afwendt. De rijpe manga’s met suiker, die zou je als lezer best eens willen proeven.

Over achtergronden van de schrijver kom ik niet veel te weten. Achterop staat dat hij na vier jaar zijn studie MO Engels afbrak, en carrière maakte in de handel. Drang om te schrijven was er altijd wel. Maar daar kon hij nu pas aan toegeven. Zeeland komt in het eerste verhaal voor. Zijn moeder woont in Middelburg, en ik krijg de indruk dat de schrijver daar is opgegroeid. Als ik me het aankondigende mailtje goed herinner, woont hij nu zelf in Kloetinge.

Al met al heeft George Kempees een onderhoudend boek het licht doen zien. Hij vertelt persoonlijke verhalen en herinneringen, die de grote geschiedenis kleur geven. Wat mij betreft mag hij een volgende keer – als hij daar behoefte aan heeft – iets minder nadrukkelijk fantasie aan zijn vertellingen toevoegen. De pogingen om de ontmoetingen op het dorpsplein en in het café met details – in de koffie roeren, een zakdoek pakken – reliëf te geven, komen op mij nogal gezocht over. Vertel nou maar gewoon de mooie verhalen die er te vertellen zijn, dat volstaat.

George Kempees: Een handvol hoop – Uitgeverij Boekscout.nl Soest, 113 pagina’s, 15,95 euro.

 

 

 

Over Jan van Damme

Jan van Damme, geboren in Oostburg, 1956. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen: 1975-1983. Tijdens mijn studie werkte ik part-time op het Zeeuws Documentatie Centrum van de Provinciale Bibliotheek in Middelburg. In 1980 begon ik als freelancer voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) te werken in Zeeuws-Vlaanderen. Sinds 1984 ben ik in vaste dienst van de PZC. Eerst als regioverslaggever, vanaf 1986 als algemeen verslaggever met speciale aandacht voor provinciepolitiek, onderwijs, cultuur en historie. Na 1990 heb ik eindredactie- en coördinatiewerk gedaan, en ben ik chef van de afdeling bijlagen geweest (1994-2005). De laatste jaren combineer ik algemene verslaggeving met coördinatie van bijlagen. Voor de PZC heb ik de afgelopen 25 jaar vele auteurs geïnterviewd en boeken besproken.
Dit bericht is geplaatst in Proza en getagd. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Een handvol hoop

  1. Pingback: Een handvol hoop – boek «

  2. George Kempees zegt:

    Geachte heer Van Damme,

    Hartelijk dank voor uw aandacht voor mijn boek in “Zeeland Geboekt” van 30 april jl.. Ik heb uw recensie met aandacht gelezen.

    U sprak o.a. over het “uitblijven van echte erkenning” voor de KNIL-militairen in het boek van Sylvia Pessireron en dat van deze “miskenning” niets blijkt in mijn boek. Dat klopt. Ik ben van mening, dat het gevoel miskend te zijn door de Nederlandse overheid (en anderen), bij de Molukkers van het KNIL veel dieper gaat, dan bij de Indische Nederlanders. In mijn boek zijn alleen Indische Nederlanders en volbloed Nederlanders ten tonele gevoerd en geen Molukkers.

    De opheffing van het KNIL heeft voor iedere bevolkingsgroep een ander resultaat gebracht. De Indonesiërs werden gedemobiliseerd of werden zonder problemen overgenomen door het Indonesische leger, de T.N.I.. De volbloed Nederlanders gingen over in de Nederlandse strijdkrachten. De Indische Nederlanders konden kiezen tussen opname in het Indonesische leger of overgaan in de Nederlandse Koninklijke Landmacht. Veelal kozen ze voor het laatste. In Nederland werden ze zo goed mogelijk opgevangen. Eerst in contractpensions gehuisvest en later een woning toegewezen. Een proces dat, behalve wat schoonheidsfoutjes, redelijk is verlopen.

    Wat gebeurde er met de Molukkers uit hetzelfde KNIL? Door hun verbondenheid met en hun trouw aan Nederland werden ze gezien als handlangers van het koloniale bewind. Omdat voor hun leven werd gevreesd, kwam er een dienstbevel dat ze op transport moesten naar Nederland. Hen werd voorgehouden, dat hun verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn. Dat op grond van de onderhandelingen van overdracht
    (De Ronde Tafel Conferentie) tussen Nederland en Indonesië het land een federale structuur zou krijgen en dat hun land, de Molukken, zelfbeschikking zou krijgen. Indonesië hield zich niet aan de afspraken. Nederland was niet in staat nakoming van de afspraken af te dwingen. De Molukkers waren de dupe. Ze werden uit de dienst ontslagen en in woonkampen ondergebracht. Toetreding tot de Nederlandse strijdkrachten werd hen geweigerd. Ontheemd, statenloos en diep teleurgesteld voelden zij zich door iedereen in de steek gelaten, terwijl hen van alles was beloofd. Het griefde hen diep. Want ook zij hadden hun leven gewaagd en gegeven voor “Koningin en Vaderland”. Hun trouw en verbondenheid werden anders beloond, dan zij verwacht hadden.

    Alle militairen van het toenmalige KNIL vinden, dat hen één groot onrecht is gedaan. Over de jaren van de laatste wereldoorlog is hen nog steeds geen soldij uitbetaald. Maar dat is weer een ander verhaal; een triest verhaal.

    In uw recensie noemde u ook de anekdote van “een zakdoek pakken” in de ontmoeting op het dorpsplein. De man, die me dit aangrijpend verhaal vertelde, deed tijdens het gesprek de handeling als in het verhaal beschreven en wel meer dan eens. De goede man is inmiddels overleden. Desgevraagd vertelde zijn dochter mij, dat hij het vaak deed als hij in gedachten was. Met een zakdoek, maar soms zelfs met een servet, als hij geen zakdoek bij zich had. Ik wilde deze “tic”, zoals zij het noemde, niet onvermeld laten.

    Met vriendelijke groet,
    George Kempees
    Kloetinge
    info@pip4u.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>