Nu we al toe zijn aan de zevende en voorlaatste Schrijverscorner van 2011, is het tijd om blij te constateren dat er een nieuw schrijverspodium(pje) is ontstaan. Met veel inbreng vanuit de Zeeuwse schrijfclubs. Verbreding is – denk ik – een kwestie van tijd. Vandaag presenteert Matty Meulmeester twee gedichten. Zij was eerder dit jaar in het nieuws met haar roman Gaat een vrouw naar de advocaat.
Biografie: Matty Meulmeester (1952) is een geboren en getogen Zeeuwse. Ze heeft als redactrice voor verschillende magazines gewerkt. In 2004 wordt ze geïnterviewd door het blad maMa- zone.
In 2008 worden bijzondere gebeurtenissen uit haar leven opgetekend in het boek, De engel van mijn grootvader van de lector en theoloog dr. Andre Mulder. Gedichten van haar hand zijn recentelijk geplaatst in de bundel Zeeland Gedichten van Zeeuwse bodem. Begin dit jaar kwam haar semi-autobiografische debuutroman Gaat een vrouw naar de advocaat uit. Deze roman heeft 3 maanden bij de bestsellers van de Zeeuwse Bibliotheek gestaan en is te verkrijgen bij de boekhandel. Matty is bezig met het schrijven van een tweede boek.
SNOER VAN DAGENRAAD
De dagen rijgen zich aaneen, elke dag lijkt net een kraaltje.
De één werkelijk veel gaver dan de ander.
Er zijn kraaltjes bij die een beetje bobbelig zijn.
Die niet mooi zijn afgerond.
Maar er zijn ook hele mooie.
Dat lijken wel parels, liggend in een bad van parelmoer.
Je zou ze stuk voor stuk eens moeten analyseren, stuk voor stuk eens moeten zien.
De één zal je niets zeggen, de ander zal je in vervoering brengen.
Mooi toch hoelang zo’n ketting kan worden.
Al ben ik wel eens bang dat t’ie breekt.
Dat op een morgen alle kraaltjes in het rond zullen vliegen.
Ze niet meer te vinden zijn!
Als mijn draad maar stevig is, dan houd ik ze allemaal helder bij me.
Ben ik blij met elkéén.
En hoop ik nog lang te mogen rijgen.
Met een snoer zo sterk als ijzer en elke kraal zo hard als been.
Gedicht 2 (zonder titel)
De lucht is dor, de lucht is zinderend.
Mijn keel voelt droog en slikken wordt steeds noodzakelijker.
Er hangt een tinteling boven het water, en ik verzucht alsmaar meer.
De warmte is meedogenloos, het haalt het ritme uit mijn lijf.
Dus maak ik het me tot een kunst om zo weinig mogelijk te doen.
Om roerloos te blijven, want er is nieuw leven in mijn buik.
Geborgenheid, gewichtloosheid in het warme water.
Als er geen boven en geen onder voor jou is, als er geen donker en geen licht is, als je het bloed voelt stromen door mijn aderen, je niets anders hoort dan het bonzen van mijn hart.
Ben jij het kindje diep in mij verstrengeld.
Verzonken in een ruimte die alsmaar kleiner wordt.
Vingertjes, teentjes, voetjes: duwend tegen mijn ribben, alles nog niet helemaal af.
Traag, heel traag wordt mijn lichaam nat van het nietsdoen.
Mijn adem hapert, mijn keel is uitgedroogd, mijn wimpers trillen en verstillen, plakken vast aan mijn arcadeboog.
Een druppel vocht, zilt water.
Het is te warm…
Matty Meulmeester
