Er verschijnen veel dichtbundels de laatste tijd. Met dank aan de Freepress, om dat fenomeen maar even zo te noemen. Kennelijk zijn er in de provincie ook poëten, die niet in de gaten hebben hoezeer hun gedichten worden gewaardeerd. Axelaar Henk Groenenboom – 90 jaar, gepensioneerd arts – is zo iemand. Gisteren was het zomer, heet zijn debuut.
Verslaggever Raymond de Frel publiceerde in de Zeeuws-Vlaamse editie van de PZC op maandag 28 novemver 2011 het volgende interview:
De kladjes staan nu in een mooie bundel
DICHTER: Axelaar Henk Groenenboom brengt op 90-jarige leeftijd zijn eerste boekje met gedichten uit
door Raymond de Frel
Henk Groenenboom vindt de natuur zó mooi. Hij kan er elke dag weer van genieten. Die bewondering moet de Axelse arts in ruste kwijt.
Dat doet hij in dichtvorm, al decennialang. Tot een boekje kwam het nog nooit, maar vooral zijn zoon zag in de negentigste verjaardag van zijn vader (zaterdag) aanleiding om druk op de ketel te zetten. En dus kan Groenenboom zaterdag op zijn verjaardag verhalen uit zijn dichtbundel Gisteren was het zomer.
Negentig jaar en dan nog een debuutbundel uitbrengen… Henk (foto Mark Neelemans) heeft er dus eigenlijk zelf ook niet om gevraagd. „Ik heb helemaal geen prestatie geleverd, ik heb alleen maar wat opgeschreven. Maar als mensen erbij voelen wat ik voel, vind ik dat heel leuk.”
Voor de Axelaar, die nog altijd zelfstandig woont, is schrijven een tweede natuur geworden. Al sinds zijn elfde houdt hij een dagboek bij, de ene periode wat intensiever dan de andere. Daarnaast wemelde het losse papiertjes in huize Groenenboom.
Op weg naar patiënten had de natuur hem regelmatig in zijn greep. Groenenboom schreef daar gedichten over. Meteen, in de auto, vaak op kladpapiertjes. „Ik heb altijd de behoefte gehad om die ontroering op te schrijven, als een vorm van verwerking. Als ik patiënten in Oostburg vertelde hoe ik onderweg elke keer weer genoot van het landschap, kreeg ik meer dan eens te horen dat dit hen al niet eens meer opviel. Dat kan niet. Als je dat niet meer opvalt, heb je het nog nooit gezien.”
Groenenboom deed niet zoveel met zijn gedichten. Totdat hij in boekhandel Matilda’s Boek in Sas van Gent op verzoek eens wat pennenvruchten liet horen aan de eigenaar. Die raakte zo enthousiast dat hij aanstuurde op een bundeltje. Nadat Groenenboom met zijn gedichten ook nog een aantal bekenden wist te raken, was hij om. Hij maakte zelf een selectie, want het aantal gedichten van zijn hand is eindeloos. „Nu schrijf ik niet zoveel meer. Ik dicht nog in gedachten, maar heb niet meer de neiging om het allemaal op papier te zetten. Vroeger deed ik dat wel, ik dichtte over alles. Over de koekoeksklok, zelfs over het slachten van een kip. Dat ging bijvoorbeeld zo: ’Ik ben een kip en leef niet graag. Want ik ben geboren voor uw maag.’ En op school konden verliefde jongens altijd bij mij aankloppen voor een minnegedicht.”
In Gisteren was het zomer is duidelijk te proeven dat Groenenbooms gedichten vaak oprispingen zijn die hij meteen aan het papier toevertrouwde. Het biedt een mooi overzicht van zijn gedachten, precies zoals de Axelaar het voor ogen had. „Dit soort dingen zeggen meer dan feitelijkheden, zoals ‘hoeveel kinderen heeft hij’ en ‘hoe oud is hij’. In mijn rol als arts probeerde ik ook altijd de achtergrond naar voren te halen. Kwam iemand binnen met rugklachten. Dan ging ik met hem praten en bleek dat de rugklachten slechts een smoes waren om naar de arts te gaan. In werkelijkheid had hij last van een minderwaardig gevoel op de werkvloer.”
Een van de fraaiste gedichten in de bundel is Mei-reis, dat handelt over een periode na het overlijden van Groenenbooms vrouw. „Dat is inmiddels vijftien jaar geleden. In de eerste tijd dacht ik dat het leven toch wel redelijk normaal doorging, maar gaandeweg kreeg ik in de gaten dat ik ongemerkt stilstond. Na verloop van tijd veranderde dat. In Mei-reis komt tot uiting dat ik het licht weer zag, dat ik mij weer steeds meer met de buitenwereld ging bemoeien.”
Het bundeltje is met recht een mooi cadeau ter ere van zijn negentigste verjaardag, al heeft Groenenboom eigenlijk wel een beetje genoeg van al die dichtboeken die hij op verjaardagfeestjes krijgt. Gekscherend: „Ik lees mij zo’n beetje naar aan gedichten. Laten we het er op houden dat ik het cadeau altijd waardeer, maar de gedichten lang niet altijd.”
Henk Groenenboom: Gisteren was het zomer - verkrijgbaar bij Mathildes boekhandel in Sas van Gent en via www.boekscout.nl, 14,95 euro.
Mei-reis
Ik zag je in de late Mei. / De avond die de dag ontkleurde / stond wachtend onder hoge bomen. / Ik wist niet, dat je nog zou komen. / Je was er niet, maar je gebeurde. // Ik heb het oude pad genomen / langs vlier, frambozen, akelei. / Toen werd ik wakker, niet meer dromen! / De zon is terug en dat ben jij. // Het ranke licht gaat nieuwe wegen. / Het voetpad drukt de haag opzij. / Ik volg en loop de toekomst tegen. / Het is nog het begin van Mei. // Ik ga voorbij de laatste bocht. / De spanning stijgt. Wat zal ik vinden? / Verlaat ik wat mijn geest vermocht? / Was dit dan ijdel, wat ik minde? // Hier spreidt het pad z’n grenzen uit: / de hemel boven rond gebied. / ‘k Ben even stil, dan lach ik luid. / Want alles wat ik achter liet / is voor me: oude vrinden, / een compostvat met wat ik gaarde… / ‘t Is als het was… neen, toch weer niet. / ‘t Compostvat geeft nieuwe waarde. // Wat was is niet voorbijgegaan. / Wat komt heeft altijd bestaan.