De twaalf maanden des jaars

Zo veel grootheden hebben we niet. Die we hebben, worden gekoesterd. Zo vergaat het in elk geval Petronella Moens, een ondanks haar slechtziendheid literair productieve domineesdochter in Aardenburg. Ze leefde van 1762 tot 1843, een periode die je best roerig mag noemen. Van Republiek via Franse bezetting naar Koninkrijk. Rond de Sint Baafs is een Petronella Moens-ommegang gemaakt in de vorm van twaalf gedichten. Die gedichten zijn afkomstig uit haar in 1810 verschenen bundel De twaalf maanden des jaars. Laat dat boek nu in originele staat verkrijgbaar zijn in de Boekenbeurs in Middelburg.

Over het boek: het beschrijft de twaalf maanden van het jaar. Beter gezegd: het zijn twaalf bespiegelingen over het menselijk bestaan, geïnspireerd door de seizoenen.
Moens heeft in haar beschouwingen korte zedenschetsjes opgenomen en natuurkundige wetenswaardigheden. Elke maand opent met een kopergravure, waarna er een beschrijving volgt. Hiernaast: gravure van de Louwmaand (januari).

In de introductie van haar hoofdstuk over de Louwmaand, legt de schrijfster uit wat haar voor ogen staat: ,,Geene vergelijking is zoo algemeen, als die van het menschelijk Leven met een Jaar, of met eenen geheelen omloop der aarde om de zon; geene vergelijking kan ook natuurlijker zijn, immers gedurende een Jaar, vertoont ons de Natuur de sprekendste afbeeldingen van de vier onderscheidene tijdperken des menschelijken levens. De opluikende Kindsheid, de veel belovende Jeugd lacht ons in de bloeijende Lente te gemoet; de schoone Zomer, die bij elken voetstap de rijkste genietingen aanbiedt, is voor ons de treffende beeldtenis van het krachtvol Mannelijk leven, waarin de beloften der jeugd door de nuttigste werkzaamheid vervuld worden; terwijl de, in kracht afnemende, maar door ondervinding wijs geworden leeftijd ons door den velen maar vruchtrijken Herfst levendig wordt afgeschaduwd; en de Winter, waarin de schijnbaar stervende natuur alleen aan het oog van haren aandachtigsten beschouwer de ontwikkeling van een nieuw leven vertoont, de eenvoudige maar met juiste verwen gemaalde schilderij van den allengs wegstervenden, maar voor de betere wereld rijpenden, Grijsaard ophangt.”

Mooi proza, toch? Waarbij u moet bedenken, dat Petronella een beroep moest doen op een ‘schrijfjuffrouw’, omdat haar ogen te slecht waren om zelf te schrijven. De enkele keer dat ze zelf een brief ondertekent, oogt haar handschrift hoekig en kinderachtig. Ze kreeg kinderpokken in 1766, tijdens een logeerpartij bij een oom en tante in IJzendijke. Sindsdien ging ze vrijwel blind door het leven.

Het boek van Petronella Moens is antiquarisch te koop in De Boekenbeurs in Middelburg. Ik geef de officiële beschrijving: Moens, Petronella: De twaalf maanden des jaars - Haarlem, 1810. A. Loosjes Pz. 2 Vols in one binding. VIII, 1-336, (4); 337-678 pp. Engraved title by Joannes Pieter Visser Bender and 12
folded plates to the months by Isaak de Wit Jz. after Jacob Cats (1741-1799). Contemporary half calf with marbled boards. Spine blindstamped and richly gilt. One plate stained, partly affecting the picture. Otherwise in good condition. Very rare! Euro 1200,-.

*************************************************************

Het toeval wil dat er onlangs een brief van Petronella Moens werd ontdekt in het Nationaal Archief in Den Haag. Daarover schreef ik in de PZC van woensdag 4 april 2012 het volgende artikel:

 

Petronella Moens was patriot

We kennen de Aardenburgse Petronella Moens (1762-1843) als de slechtziende maar zeer productieve schrijfster van vrome kinderboeken en gedichten. Ze kon ondanks haar handicap ook nog kunstig breien en borduren. Dat beeld ontstond in de ‘brave’ 19e eeuw.
Het is het zoveelste voorbeeld van hoe het heden onze visie op het verleden kleurt. Sinds pakweg 1980 wordt Petronella weer neergezet als een strijdbare vrouw, die zich in woord en geschrift in de politieke strijd van haar tijd mengde. ‘Pietje Potentaat, de wilskrachtige’, dat was haar bijnaam. Ook wordt ze geëerd als ‘parlementair journaliste avant la lettre’. Aardenburg ging mee in die herwaardering en plaatste in 2001 een standbeeld voor de domineesdochter.
Edwina Hagen, docent cultuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, kwam vorige week tijdens onderzoek in het Nationaal Archief een tot nu onbekende brief van Petronella Moens tegen. Het schrijven zat in een stapeltje post afkomstig van de ambassade in Parijs. Een vondst van formaat, concludeerde de onderzoekster.
Petronella huurde een speciale ‘schrijfjuffrouw’ in om haar teksten te dicteren. Dat is aan de brief te zien. Alleen de ondertekening is van haarzelf – en die is in alle hoekigheid dan ook meteen herkenbaar.
Edwina Hagen schreef een biografie over een tijdgenoot van Petronella Moens: Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825). Hij was oprichter van het eerste democratisch gekozen Nederlandse parlement en was tevens de eerste en enige ‘president’ uit onze nationale geschiedenis.
In 1802 was hij behalve aankomend leider van de natie ook ambassadeur in Parijs, waar hij een decadent leven leidde. In de teruggevonden brief van de veertiende juli van dat jaar richt Petronella zich vanuit Aardenburg tot hem. Ze schrijft wat je zou kunnen noemen een ‘bedelbrief’ voor haar ‘afgeleefden vader, een grijsaard van 70 jaaren’. Zeeuws-Vlaanderen was bij Frankrijk ingelijfd, en daardoor was de dominee zijn pensioen van 800,- gulden kwijtgeraakt. Geheel ten onrechte, laat zijn dochter weten. Ze spreekt Schimmelpenninck aan als ‘den edelmoedigsten vriend des vaderlands’, ‘den werkzaamsten, den verhevensten burger vriend’, ‘den waarlijk medeleidenden, den tot weldoend vaardigen menschenvriend’. Edwina Hagen: ,,Zo refereert Petronella aan zijn imago van een gevoelig man. Ze doet een beroep op zijn mededogen, om hem zo tot politieke activiteit aan te zetten. Of ze succes had, is niet bekend.”
De Aardenburgse schrijfster ondertekent met ‘uw hoogschattende mede burgeres’. Voor onderzoekster Hagen past die ondertekening prachtig in het tijdsbeeld van de Bataafse Republiek. Vrouwen speelden rond 1800 kortstondig een vooraanstaande rol in de politieke ontwikkelingen. Ze schreven opiniërende artikelen – Petronella had een eigen tijdschrift ‘De Vriendin van ‘t Vaderland’ – en waren luidruchtig aanwezig op de publieke tribune van de Nationale Vergadering in Den Haag.
Die emancipatiegolf was van korte duur. Door de ontwikkeling van de parlementaire democratie met alleen mannelijk stemrecht werd de ‘burgeressen’ de mond gesnoerd. Zo verging het ook Petronella Moens. Maar de nu in Den Haag opgedoken brief aan Schimmelpenninck getuigt nog van revolutionair elan. Met de hartelijke groeten van een ‘burgeres’ in hart en nieren.

Edwina Hagen: President van Nederland. Rutger Jan Schimmelpenninck 1761-1825 – verschijnt 1 september bij Uitgeverij Balans.

Over Jan van Damme

Jan van Damme, geboren in Oostburg, 1956. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen: 1975-1983. Tijdens mijn studie werkte ik part-time op het Zeeuws Documentatie Centrum van de Provinciale Bibliotheek in Middelburg. In 1980 begon ik als freelancer voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) te werken in Zeeuws-Vlaanderen. Sinds 1984 ben ik in vaste dienst van de PZC. Eerst als regioverslaggever, vanaf 1986 als algemeen verslaggever met speciale aandacht voor provinciepolitiek, onderwijs, cultuur en historie. Na 1990 heb ik eindredactie- en coördinatiewerk gedaan, en ben ik chef van de afdeling bijlagen geweest (1994-2005). De laatste jaren combineer ik algemene verslaggeving met coördinatie van bijlagen. Voor de PZC heb ik de afgelopen 25 jaar vele auteurs geïnterviewd en boeken besproken.
Dit bericht is geplaatst in Antiquarisch, Poëzie, Proza en getagd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>