Vrouwenleed

Een dagboek geschreven in een Jappenkamp. Misschien zijn ze er wel, maar ik ken ze niet. Tot nu. Want volgende week woensdag 15 augustus 2012 verschijnt Vrouwenleed van Toos Blokland – een dagboek dat ze bijhield in de jaren 1942-1946, toen ze als jonge vrouw geïnterneerd was in Jappenkampen op Java. De nu 89-jarige schrijfster woont in Burgh-Haamstede. Zaterdag 11 augustus 2012 staat er een interview met haar in de PZC-bijlage Spectrum. En donderdag 16 augustus 2012 presenteert ze haar boek om 19.30 uur in de Drvkkery in Middelburg. Een gebeurtenis: zowel het boek als de mevrouw zelf zijn bijzonder.

-

(foto Mechteld Jansen)

Er is al veel bekend over de ellende tijdens de Japanse bezetting van Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog. In hun streven naar een Groot-Azië waren de blanken in de Nederlandse kolonie de gebeten hond. Uiteraard de militairen: ruim 42.000 werden er vanaf 1942 in kampen geïnterneerd. Maar ook Europese burgers werden uit de samenleving geplukt: zo’n 70.000 blanken, en circa 30.000 Indo-Europeanen. Tot op de dag van vandaag komen er horrorverhalen over de leefomstandigheden in de Jappenkampen naar boven. Honger, ziekte, vernedering, mishandeling – het is een hele waslijst. Tot en met de troosmeisjes aan toe: blanke vrouwen en meisjes, die gedwongen werden zich te prostitueren.

Dagboeken uit de kampen zijn er nauwelijks. Schrijven was verboden op straffe van strenge lijfstraffen, papier en schrijfwaar werden ingenomen. Daarom is het dagboek van Toos Blokland zo bijzonder. Zij bleef in het diepste geheim schrijven en verstopte de dagboekbladen in haar matras. Haar hele leven heeft ze de bladen bewaard. Met dank aan haar dochter Ingrid, die het dagboek ‘haar erfenis’ noemde. Want zelf had ze meer dan eens twijfels – wie zou nou zo’n dagboek willen lezen, kon ze het niet beter weggooien of verbranden? Dat is niet gebeurd. Zodat het nu, zo’n zeventig jaar na dato, in boekvorm kan worden uitgegeven.

Toos Blokland werd in 1923 in Soerabaja geboren. Haar ouders waren een jaar eerder vanaf de Zuid-Hollandse eilanden naar Indië vertrokken. Haar vader was onderwijzer en werd directeur van een jongensschool. Het gezin, dat uiteindelijk zes kinderen telde, hoorde tot de gegoede klasse. Mevrouw Blokland herinnert zich het personeel, de auto, de vakanties – paradijselijk, zegt ze.

De oorlog maakte daaraan een eind. De sfeer werd al snel slechter, en toen de Japanners het heft in handen namen werd het helemaal erg.

In het dagboek biedt Toos Blokland een goed geschreven, waarachtig en ontluisterend verhaal. In barre tijden leer je de mensen kennen – een cliché, maar o zo waar.

********************************

Ik laat fragmenten uit het dagboek haar verhaal vertellen.

1 april 1942
,,Onze Japanse medeburgers, de gereserveerde, glimlachende
beroepsman, winkelier enzovoort, zijn er niet meer. In hun plaats kwamen
kwaadaardige wezens, vechters met bewegingloze gezichten, afgeschaduwd door
petjes, waaronder hun smalle ogen argwanend slachtoffers bespieden. (…) Zij
bewegen zich als apen met een vlugge, agressieve gang (…).’’

1 juni 1942
,,De razzia’s duren nu al vier dagen. Ik was gisteren in de stad en plotseling waren daar weer de trucks, volgeladen met blanke mannen, lange, korte, dikke, magere, oud en jong, heen en weer schuivend als de wagen met een schok stopte, om een klein groepje, wachtend op de hoek van een straat in te laden.
Het maakt mij vreselijk bedroefd zo’n tafereel te aanschouwen en het geluid van een vrachtkar jaagt mij de stuipen op het lijf. Fietsen werden aan inheemse toeschouwers gegeven. ‘Hier, dit is een cadeau van je witte baas’, werd er schamper gesnauwd nadat de eigenaar eraf getrokken was.”

31 januari 1943
,,Ondertussen gaan de jappen door nauwgezet de bevolking te verdelen, of je bent Aziaat, of Europeaan en die laatste groep moet uitgeschakeld worden. De Aziaten zijn vrij om te werken en voorzien in het materiaal om een nieuw groot Azië op te bouwen. (…)
Gisteren fietsten Stella en ik door de stad en langs het Darmokamp om ons te vergewissen van de sfeer in het veranderde Soerabaja. (…)
Twee Maleise mannen plasten demonstratief tegen een boom. Ons smalend
aankijkend met hun broeken gezakt, zwaaiden zij hun penissen. (…) Wij reden
verder en twee Aziatische jongens passeerden ons, hun fietsbellen rinkelden
luid en langdurig, met hatelijk grijnzende gezichten riepen zij: ‘Tjereh
Poeteh’ (wit uitschot). Andjing poeteh hoesoek’ (vuile witte teven).”

3 februari 1943
,,Ik ben zo moe. Ik ben nu ergens in Semarang. Ik zit op een stukje droog gras met dit dagboek op mijn knie en kijk naar een enkele verlepte boom op een kale wegberm langs een smal zandweggetje. (…)”

31 maart 1944
,,Wat ben ik blij. Stella is teruggekomen. (…) Stella vertelt: ‘In de autobus werden we naar de stad gereden (…) In Semarang stopten we voor Hotel de Pavillon, waar we als prinsessen werden getrakteerd op een uitgebreide lunch in de deftige zaal. (…) Toen kwamen ze binnen, twee officieren. Later hoorde ik dat ze eerst twee gulden hadden moeten betalen om mij te kunnen gebruiken. Ik deed niets, ik zat als versteend. Ze trokken hun broekriemen los, openden hun broeken en begonnen aan mijn kleren te plukken.
Toen barstte in mij een vulkaan van woede los. Ik vocht, sloeg, trapte, schreeuwde en huilde. De één, die gebroken Maleis sprak, zei: ‘Nou luister goed.
Je hebt de keuze tussen de dood en het opsluiten van je moeder bij de Kenpeitai
of je doet je werk hier’, en ik werd verkracht en ik probeerde niets te voelen,
maar ik zal de hel waar ik doorheen ging nooit vergeten’.’’

23 april 1944
,,Het ‘betere’ ontbijt was een korte vreugde, de sagoboeboer (meelpap) is weer vervangen door stijfselpap (blauw en glibberig) en ‘s middags krijgen we zo weinig dat wij ongeveer omvallen van de honger. Jannie, Corry en ik zoeken groenteafval in de vuilnisbakken bij de gaarkeuken. We moeten er snel bij zijn, anders is er geen enkel kool- of kangkoenblad meer over. Gelukkig zijn wij met z’n drieën en is er altijd wat te graaien. Ary zoekt slakken, slangen, wormen, kikkers en sprinkhanen. In een leeg blikje, waaraan hij met ijzerdraad een hengseltje gemaakt heeft, kookt hij in wat water het bijeengescharrelde goed, waarmee moeder vooral aan Wimpies eten wat meer krachtvoeding kan geven.”

11 juni 1944
,,Nu moet ik dit dagboek gaan opbergen. Morgen komt de
Kenpeitai binnen met een bende soldaten en agenten. Ik ben bloednerveus, wij
allemaal. Wij zijn overgeleverd aan een schrikbewind, gevoerd door sadistische,
gewelddadige tirannen. Nu ga ik deze beschreven en onbeschreven vellen papier
opbergen. Of zal ik ze toch verscheuren? Of toch maar liever verbranden? Of
gewoon maar nonchalant in de koffer tussen m’n kleren leggen, op hoop van
zegen? O, wat zal ik doen? Er staat zoveel in.’’

23 februari 1945
,,Die vreselijke scènes: mevrouw M. Geslagen, op de grond
gevallen, soldatenlaarzen die haar trapten in de buik, tegen haar borsten en in
haar rug. In de sloot getrapt, werd zij aan haar armen er weer uitgetrokken en
weer erin getrapt. En de militair stond hard te lachen. (…) Mevrouw S. kreeg
tien gulden met de mededeling: ‘Van je man, hij is dood’. En de soldaten
lachten hard om haar beteuterde gezicht. En nog veel meer. Alles opgevoerd als
een schouwspel om ons ‘lessen’ te leren. Het gekrijs tijdens tepelverbranding,
nageluittrekkerij en tandenuitslanerij. Zal ik dit alles ooit kunnen
vergeten?’’

5 oktober 1945
,,Een aanzwellend gejoel, eerst van veraf, dan luider,
dreigender en dichterbij. Een ‘Merdeka-geroep en een onheilspellend gedreun van
duizenden blote voeten, stampend op de aarde. (…) Honderden Javanen, in
lendendoeken en met bovenlijven ingesmeerd in olie, stormden in dikke rijen op
het kamp af. (…) Plotseling ratelden mitrailleurschoten, snel en scherp achter
elkaar, het gekrijs van de Javanen overstemmend. De Japanners knalden erop los.
Vanuit de wachthuisjes boven de omheining vlogen de kogels naar beneden op de
drommen dol geworden Javaanse mannen af. De Jappen wisten van geen ophouden.’’

Toos Blokland: Vrouwenleed, Dagboek van een jonge vrouw vanuit Darmo-wijkkamp (Soerabaja) en Halmaheira (Semarang) in Nederlands-Indië 1 maart 1942 – maart 1946 – Uitgeverij Gopher, 298 pagina’s, 17,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Dagboek en getagd. Bookmark de permalink.

4 Reacties op Vrouwenleed

  1. Hanna Early zegt:

    This lady is my Auntie. Her sister (87) lives beside me. She was in this concentration camp with Toos. My Mun does not talk about these experiences unless asked. I would love to buy this book for my Mum as she does want to read it. I am wondering if there is one written in English so that I can read it to understand what they went thru. I would also like my children and grandchildren to read it so they can understand what there Oma and Great Oma went thru in her teens.
    Well done to all involved with publishing this book.

    • ingrid zegt:

      Hi Hanna,
      This is just so strange, we have met just once, when I was here in Holland visiting my parents many, many years ago. Our whole family – scatterlings, really. I was blessed because my mom always spoke of her experiences, so many survivors shut down. It would be super if you could contact me, we have such shared history. My mom and I translated her diary into English many years ago while still in South Africa.
      Nothing came of it, then years later, my mother dug it out again and started work on it again, this time straight from the worn yellow sheets of paper. I will send you photos of the book signing, maybe your mom would enjoy that. A lady came up to my mother at the book signing and asked her if my mom remembered her, she too, lived in the Slamat straat … her little brother, Finus, used to be Arie’s best friend – your mom will remember that.
      Hope to hear from you.

  2. G.A.Ruig zegt:

    Ik heb in het tjideng Kamp gezeten Ik heb een boek geschreven over die tijd. Dit boek in uitgegeven door In-outbooks de Heer H.Peeters P.Knippenberghstraat 60 5988C.W. Helden tel 06 543842 96 Het boek heet Getuige van de oorlog in Nederlands- ijdie
    Ik wil U er een opsturen.Laat het weten G.A.Ruig
    De Riet 4
    7796 H.V.Heemserveen tel 0523267777

  3. Thoke zegt:

    Bij deze kan ik je, Ingrid, en je moeder niet genoeg bedanken voor dit prachtige, indrukwekkende dagboek.
    Mijn moeder was 5 maanden toen ze met haar moeder, broertje en zusje het kamp inging en al wat ze heeft overgehouden aan die indrukwekkende periode zijn (onverwerkte) emoties.
    Met dit boek is er een verhaal bijgekomen en kan ik het visualiseren.
    Dank je wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>