Blauwdruk

Het Nationaal Historisch Museum is al geschiedenis voor het er is. Da’s knap. En nu is er ook nog eens een boek, waarin verteld wordt hoe het NHM er in het echt had kunnen uitzien. Daarmee zijn we wel ongeveer op het punt waar het NHM van begin af aan op afkoerste: een tastbare geschiedenis van een museum dat er nooit geweest is en er – volgens mijn historische intuïtie – ook nooit zal komen. Gesmoord tijdens de conceptie. Ik besteed aandacht aan Blauwdruk, het boek met plannen, schetsen en geschiedenis van het NHM, omdat Valentijn Byvanck – oud-directeur van het Zeeuws Museum – de auteur is.

Het begon voor het grote publiek allemaal met Jan Marijnissen. De voorman van de Socialistische Partij startte in 2003 de (politieke) discussie over de noodzaak van een Nationaal Historisch Museum. Zijn oproep paste in een algehele hunkering naar een duidelijk, overzichtelijk nationaal verleden, zoals dat ook in de vaststelling van een canon vorm kreeg. Europa werd steeds dwingender en opdringeriger, de globalisering via internet nam een hoge vlucht… Er zijn vast nog meer tendenzen te noemen. Hoe dan ook, het idee dat de jeugd en daarmee de latere volwassenen hun wortels kwijt zouden raken, beangstigde velen. Onder wie Jan Marijnissen.

Er kwam een gezamenlijke motie van de SP en het CDA, in 2006. De Tweede Kamer stemde in, het Nationaal Historisch Museum zou in Arnhem komen, naast het Nederlands Openluchtmuseum. Het in Bonn gevestigde Haus der Geschichte was voor de meeste beleidsmakers een aansprekend voorbeeld. Erik Schilp (links op de foto) en Valentijn Byvanck werden met ingang van 1 oktober 2008 benoemd tot algemeen en inhoudelijk directeur. Schilp (1967) was tot dan toe directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Byvanck (1964) was directeur van het Zeeuws Museum in Middelburg. Vele perikelen later, met name over de locatie in Arnhem, gaf Halbe Zijlstra, de nieuwe staatssecretaris in het eerste kabinet Rutte, in oktober 2010 meteen zijn visitekaartje af. In het kader van de noodzakelijke bezuinigingen vond hij een nieuw museumgebouw van 50 miljoen euro niet verantwoord, en zette dus een dikke streep door alle plannen.

Een postmoderne hutspot. Zo karakteriseerde Jan Marijnissen de plannen van het door minister Plasterk benoemde directieduo.

Ik heb de schipbreuk van het NHM nog voor de tewaterlating, op afstand gevolgd. Dat met Schilp en Byvanck een eigenzinnig tweetal in huis was gehaald, dat was van meet af aan duidelijk. Hun prestaties in het Zuiderzeemuseum en het Zeeuws Museum zullen doorslaggevend geweest zijn. Daar hadden ze immers fors vernieuwd. Overigens niet tot ieders tevredenheid. Ik vond een recensie van beide vernieuwde musea in het Historisch Nieuwsblad, waarin dikke onvoldoendes werden uitgedeeld.

In het voorwoord wordt op de directeurenkwestie ingegaan. ,,De directie was benoemd op grond van ervaring in museale vernieuwing en de visie om een geheel nieuw, onafhankelijk instituut te bouwen. (…) In de zoektocht naar een zelfstandig huis voor de geschiedenis en de ambitie om museale vernieuwing te brengen betoonden we ons echter naïef door gewekte verwachtingen en gevestigde belangen opzij te schuiven. De eigenzinnigheid waarvoor we waren aangenomen keerde zich in het krachtenveld van media en politiek tegen ons.” (pag. 5)

Naïef, dat is wat mij betreft het kernwoord in de hele kwestie. Niet alleen de directeuren waren naïef. De politiek was dat natuurlijk nog meer. Als je mensen aanneemt om hun eigenzinnigheid, dan moet je later niet gaan klagen dat ze zo eigenzinnig zijn. Misschien speelde er achter de schermen meer: laten we maar een paar hemelbestormers als directeuren benoemen, hun projectiel ontploft toch wel voor het de dampkring heeft verlaten.

Verder moet de diepe identiteitscrisis van de museumwereld een rol hebben gespeeld. Iedereen lijkt het er langzamerhand wel over eens dat een simpel gebouw met een getoonde collectie en een depot niet meer van deze tijd is. Maar wat dan wel? Wat moeten we laten zien, wat moeten we bewaren? Het zijn vragen waarmee het publiek wordt belaagd. En waar natuurlijk – maar dat is alweer mijn intuïtie – nooit een afdoende antwoord op kan worden gegeven. Een benadering van ‘u (het publiek) vraagt en wij (de musea) draaien’, kan nooit tot een resultaat leiden waarop we later met tevredenheid terugkijken.

In het boek van Byvanck wordt een visie neergelegd. Pagina 11: ,,Ons museum verbeeldt de geschiedenis, meer dan dat hij haar uitlegt. (…) Als de bezoeker bij het zien van een beeld vraagt wat het precies betekent, moeten we niet onmiddellijk willen antwoorden. Immers, een onbeantwoorde vraag moedigt aan tot nadenken en de uitwisseling van ideeën.” En op pagina 49, als het over het verschil van inzicht gaat tussen leken en professionals: ,,Het publiek lijkt te vragen om bevestiging van de eigen herinnering en het door de media geconstrueerde verhaal. Historici wensen te relativeren en lijken zo de waarde van een krachtige herinnering of collectief gevoel af te zwakken tot een historisch verantwoorde bewering. Een historisch museum dient het midden te vinden tussen de twee perspectieven.” En op pagina 170-171, in het hoofdstuk over een interactief digitaal museum. Het Powerhouse Museum over wetenschap en vormgeving in Sydney wordt een inspirerend voorbeeld genoemd. Sebastian Chan is hoofd van de afdeling Digital, Social en Emerging Technologies. ,,Met enorme energie en overtuigingskracht toont het Powerhouse Museum dat een museum meer is dan een tentoonstellingsgebouw met een depot. Chans lab laat zien dat het publiek graag betrokken wordt en online bijdragen levert. Dan is het vanzelfsprekend dat publiek ook online op te zoeken. Het werd een belangrijk uitgangspunt bij de verwezenlijking van onze digitale ambities.”

Achterin het boek staat een ‘Beknopte geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum’. Daarin zie je de misverstanden rijzen. Bijvoorbeeld als Plasterk op 29 juni 2007 bekend maakt dat Arnhem heeft gewonnen van Amsterdam en Den Haag. Het Arnhemse plan voorzag in een door Francine Houben ontworpen ‘canontoren’ naast het Openluchtmuseum (illustratie hiernaast). Punt was echter, dat Plasterk koos voor de locatie, zonder daarmee het voorgestelde plan te omarmen. Dat werd – schrijft Byvanck – onvoldoende duidelijk naar buiten gebracht. Zo bleef de canontoren steeds opduiken.

Ik citeer nog een paar regels uit het voorwoord: ,,De opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum zullen de annalen ingaan als bevestiging van allerlei Nederlandse gebreken. Nederlanders vergaderen meer dan ze handelen, ze hebben weinig respect voor geschiedenis en kunnen geen grote projecten voltooien.”

Nederlanders hebben  geen respect voor geschiedenis en kunnen geen grote projecten voltooien? Dat is volgens mij een nogal vervelende veralgemenisering van het eigen falen. Schilp en Byvanck zijn er niet in geslaagd een huis voor de geschiedenis te bouwen, dat is in elk geval een feit. Als ze de publieke opinie achter zich hadden gekregen – het publiek waar ze het zo vaak over hebben – hadden ze sterker gestaan. En als ze een figuur als Jan Marijnissen voor zich hadden kunnen winnen, had dat ook een slok op een borrel gescheeld. Maar dan hadden ze wellicht een knieval moeten maken naar al die mensen, voor wie het verleden niet meteen moet worden opgehangen aan die moeilijk grijpbare thema’s als ‘Mens en macht’, ‘Oorlog en vrede’, ‘Lichaam en geest’ en ‘Ik en wij’.

Diezelfde soort thematische aanpak zie je terug in het vorig jaar geopende en dus wél gerealiseerde Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen. Daar vind je thema’s per verdieping. Bijvoorbeeld ‘Leven en dood’. Als bezoeker kom je achtereenvolgens in het oude Egypte, in Afrika, in Melanesië. Antwerpen is als stad verbonden met de wereld, dat wordt als verklaring gegeven. Me dunkt. Het is veeleer een kapstok om de collecties van het Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum, het Volkskundemuseum en het Vleeshuis aan bod te laten komen. Er is – lijkt mij – vanuit die collecties geredeneerd.

Chronologie is vandaag de dag een vies woord. Ook in Antwerpen. Ook in de plannen voor het NHM. Marijnissen zat er niet zo ver naast. We hutseklutsen een eind weg in onze musea, en aan het eind sta ik buiten met de vraag waarom ik dat allemaal gezien heb.

Byvanck en Schilp schrijven in hun voorwoord dat het boek over het NHM ,,bovenal een plan (is) voor een nieuw museum over de Nederlandse geschiedenis. (…) Ten slotte is deze publicatie een startpunt voor het toekomstig Nederlands Historisch Museum, dat, als we op onze historische intuïtie mogen vertrouwen, er zeker ooit gaat komen.” Daar is het woord weer: intuïtie. Dan denk ik aan: aanvoelen, zicht hebben op en rekening houden met je omgeving.

We hadden een mooi gebouw van de geschiedenis kunnen hebben. Voor die conclusie heb ik niet veel historische intuïtie nodig.

Valentijn Byvanck: Blauwdruk. Plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum (2008-2011) – Uitgeverij SUN, 304 pagina’s; prijs: tot 12 juni 2012 verkrijgbaar voor € 29,50, daarna € 34,50.

Over Jan van Damme

Jan van Damme, geboren in Oostburg, 1956. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen: 1975-1983. Tijdens mijn studie werkte ik part-time op het Zeeuws Documentatie Centrum van de Provinciale Bibliotheek in Middelburg. In 1980 begon ik als freelancer voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) te werken in Zeeuws-Vlaanderen. Sinds 1984 ben ik in vaste dienst van de PZC. Eerst als regioverslaggever, vanaf 1986 als algemeen verslaggever met speciale aandacht voor provinciepolitiek, onderwijs, cultuur en historie. Na 1990 heb ik eindredactie- en coördinatiewerk gedaan, en ben ik chef van de afdeling bijlagen geweest (1994-2005). De laatste jaren combineer ik algemene verslaggeving met coördinatie van bijlagen. Voor de PZC heb ik de afgelopen 25 jaar vele auteurs geïnterviewd en boeken besproken.
Dit bericht is geplaatst in Catalogus, Kunstboeken en getagd. Bookmark de permalink.

1 Reactie op Blauwdruk

  1. Heldere visie, mooi verwoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>