Regtsgeding tegen Jean Baptiste de Loeil

Uitgegeven ten voordeele van den algemenen Arme van Middelburg, staat er in kleine letters op het voorblad. Dus nog een goed doel ook. Maar het onderwerp van de uitgave uit 1850 is er niet minder gruwelijk om: Regtsgeding tegen Jean Baptiste de Loeil. Inderdaad: de laatste ter dood veroordeelde in Zeeland. De Loeil was heelmeester in Koewacht en werd schuldig bevonden aan het verhongeren en vermoorden van zijn vrouw Felicita van Peteghem. Op maandag 11 februari 1850 werd hij opgehangen. ‘Het laatste doodvonnis in Middelburg, waarbij de Markt vol was met nieuwsgierigen.’

Misschien dat er echt nobele motieven aan de uitgave ten grondslag lagen. Dat de winst of een deel van de gemaakte winst naar de armen ging, wijst in die richting. En er werd in die tijd ook alle ruimte geboden voor zedenpreken en wijze lessen. Zo liet de president van het Provinciaal Gerechtshof optekenen: ‘Een ieder spiegele zich aan dezen man des doods. Die staat zie toe dat hij niet valle!’ Maar ik kan me toch niet anders voorstellen dan dat de Gebroeders Abrahams met de uitgave van hun boekwerk ook inspeelden op de sensatiezucht van het publiek. De Markt stond tijdens de terechtstelling natuurlijk niet voor niets vol. Twee tekeningen van de zolder, waar de vrouw gevangen werd gehouden en een getekend portret van de moordenaar, boden (en bieden) de lezers de mogelijkheid om zich in het drama in te leven.

Ik vermoed dat het boek ondanks alle commotie geen doorslaand succes is geweest. In de Middelburgsche Courant van april 1877 vond ik enkele kleine advertenties, waarin Het Regtsgeding met korting werd aangeboden: van 2,40 voor één gulden. Nu er anno 2012 maar weinig exemplaren meer van over zijn, ligt het prijsniveau weer enigszins anders.

Het boek is geschreven en samengesteld door de twee advocaten van de veroordeelde: mr. P.J.G. van Diggelen en mr. J. Snijder. Dat zou bevreemding kunnen opwekken, dachten ook de beide raadsheren. In hun inleiding schrijven ze in de voor die tijd toch ook bepaald niet korte zinnen: ,,(…) zoo zullen er welligt velen onder onze lezers gevonden worden, wier verwondering het opwekt, dat juist zij, de raadslieden van den veroordeelde, hebben kunnen besluiten zulke afgrijsselijke daden door het in het licht geven van dit geschrift op eene dubbele wijze der vergetelheid ontrukken. En toch was dit ons voornemen, toen wij de hand legden aan dit verslag. Want niet alleen zijn wij hiertoe overgegaan, omdat wij van alle kanten meermalen tot het leveren van een meer omstandig verhaal, als dienaangaande tot hiertoe in de nieuwsbladen is medegedeeld, en naar waarheid ook slechts kon medegeeld worden, zijn aangezocht; maar wij besloten de menschheid zoo onteerende daad algemeen kenbaar te maken, opdat een ieder, van wat rang of stand in de maatschappij hij ook zijn moge, bedenke, waartoe ook hij vervallen kan; bedenke, dat het kwaad steeds tot erger leidt en dat zelfs de deugdzaamste en regtschapenste mensch van lieverlede op eenen dwaalweg geraken kan, langs welken hij, met schijnbaar onmerkbare doch inderdaad reuzenschreden voortgaande, eindelijk de voetstappen van den snoodsten wreedaard drukken kan.” (pagina 3)

De advocaten maken van hun boek een fascinerend verslag van een moordzaak. Ik heb niet de indruk dat er toen aan privacybescherming werd gedaan. Zo krijgen we het ‘Geregtelijk Geneeskundig Berigt van Bevinding’ voorgeschoteld, het verslag van de lijkschouwers: ,,Reeds het eerste gezigt van het lijk vervulde ons met ontzetting en medelijden, eene vermagering zoo als men slechts zelden waarneemt, ontstaan door ontbering (hetzij vrijwillig of wel gedwongen) van de noodigste levensbehoeften, moest ons wel van zelf op het denkbeeld brengen, dat het uitgemergeld overschot uitgeput van honger moet zijn geweest, en aan de schrikkelijkste gevolgen daarvan wel kon zijn gestorven.” Meteen daarna krijgen we de getuigenverklaring voorgeschoteld van Virginie de Loeil, ‘de zoo ongelukkige, diep beklagenswaardige negentienjarige dochter’. Ik citeer daaruit, met daarbij het gevoel dat ik anderhalve eeuw later niet alsnog aan sensatiejournalistiek moet gaan doen. De dochter verklaarde onder andere: ,,dat haar vader hare moeder, omtrent veertien dagen vóór haren dood, aan eenen ijzeren ketting had vastgebonden, zóó dat zij niet weg kon, en dat hij bij het minste gerucht, dat hij alsdan op den zolder vernam, zelfs midden in den nacht, naar boven ging en haar dan zoo lang met zijnen bruinen wandelstok (bamboes) sloeg, tot zij stil was.” Na alle afgrijselijkheden volgt er dan toch een blijk van terughoudendheid: ,,en eindelijk, dat haar vader van hare kindschheid af met haar … doch neen, onze pen weigert zoodanige den mensch onteerende schanddaden te boek te stellen (…)” (pag. 19)

We krijgen nog een ‘Proces Verbaal van Localiteit’, met een exacte beschrijving van huis en kamers, de ‘Akte van Beschuldiging’ en samenvattingen van de getuigenverklaringen. Ook de uitleg van de verdachte, die aanvankelijk ontkende, komt uitgebreid aan bod. Rechtbankpresident Samuel de Wind wond er na het doodvonnis geen doekjes om, de zaak was nog erger dan in de rechtbank duidelijk was geworden. Hij refereerde aan niet vermelde zaken in de processtukken, die ,,het hart van afschuw en walging zal [zullen] doen ineenkrimpen.” Hij wees de veroordeelde op het recht bij de koning om genade te vragen: ,,Het kan zijn, dat de koning, om den meer en meer veldwinnenden afkeer tegen de doodstraf zelve, zich genoopt vinde, om zelfs in uw geval die straf te wijzigen.” Maar dat gebeurde niet, de koning wees het verzoek af. Zodat De Loeil moest hangen.

Zoveel jaar later is de zaak van Jean Baptiste de Loeil nog altijd aansprekend, geruchtmakend zelfs. Ik weet niet of het in die tijd vaker voorkwam dat advocaten een boek over hun ter dood gebrachte cliënt samenstelden. Het zou best eens kunnen dat ook dat een redelijk unicum is. Hoe dan ook: ik vind het Regtsgeding een adembenemend spectaculair boekwerk.

Diggelen, P.J.G. van, en J. Snijder: Regtsgeding tegen Jean Baptiste de Loeil, laatst heelmeester te Koewacht - Middelburg, Gebr. Abrahams, 1850. 195 pag., gebonden; originele omslag, geïllustreerd met gelithografeerd portret van De Loeil, facsimilé van brief en twee uitslaande litho’s van ‘Voorzolder’ en Achterzolder’. Rug vernieuwd. Verkrijgbaar bij Antiquariaat De Boekenbeurs Middelburg, 175,- euro.
Dit bericht is geplaatst in Antiquarisch en getagd. Bookmark de permalink.

1 Reactie op Regtsgeding tegen Jean Baptiste de Loeil

  1. Kees Borgdorff zegt:

    Een goede zaak, Jan, dat je dit Regtsgeding uit 1850 te Middelburg nu voor het voetlicht in 2012 plaatst. In België laten ze de vrouw van Dutroux vrij die vergelijkbare
    gruwelijkheden op haar geweten heeft. Volgens mij kunnen rechters van nu door hun eigen comfortabel leven zich slecht verplaatsen in zulke ellende en oordelen daarom veel te mild. Dit artikel maakt ons wakker. Mensen kunnen hun levensrecht totaal verknallen. Wat kom je hier dan doen? Alleen een adequate straf bewaakt grenzen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>